Vijftig namen voor sneeuw?

Woorden beschrijven beelden, roepen beelden op, ook beelden uit ons verleden en heden. Ze kunnen beelden oproepen van een mogelijke of gewenste toekomst. Woorden beschrijven gevoelens, indrukken, ervaringen. Woorden zeggen wat we denken, kennen betekenis en zin toe aan ons leven en de wereld. Woorden kunnen zin maken, geven zin, voor onszelf en voor anderen.
Maar zonder drager zijn het ‘maar woorden’.

Daarom bedenken we verhalen. Woorden helpen om ze te modelleren en om ze te vertellen. Verhalen laten ons de strekking van woorden begrijpen. Verhalen vermaken ons, roepen betrokkenheid op, ze ontroeren, ze waarschuwen en omdat we ze delen, verbinden ze ons met elkaar.  Onze verhalen beïnvloeden én weerspiegelen onze kijk (visie) op de wereld.

Verhalen vertellen bijvoorbeeld over waarom Eskimo’s misschien zo’n vijftig woorden (namen) voor sneeuw hebben, omdat sneeuw nu eenmaal een belangrijk deel van hun wereld is en kennis van soorten sneeuw onontbeerlijk is om te overleven. En waarschijnlijk hoort bij elke naam ook weer een verhaal. Net zoals wij tal van namen voor ‘water’ hebben: regen, vloed, stormvloed, overstroming… en de verhalen die daarbij horen. Die woorden en verhalen helpen ook ons om te overleven.

Om al deze en nog veel meer redenen houd ik van woorden én verhalen en de mensen die ze vertellen. Kinderen, partners, vrienden, mensen op straat en natuurlijk mensen in organisaties. Hoeveel woorden (of namen) voor ‘verhaal’ ken jij?

Fifty names for snow?

Words describe images, evoke images, images from our past and present. They can evoke images of a possible or desirable future. Words describe feelings, impressions, experiences. Words say what we think, they assign sense and meaning to our lives and world. Words can make sense, give sense, to ourselves and to others.

But without a carrier they are ‘just words’.

Therefore we devise ‘stories’. Words help us to model them, to tell them. Stories let us understand the purport of the words, they entertain us, they evoke engagement, they move, they warn and because we share them with each other they connect us . Our stories influence AND reflect our view (vision) of the world.

For example, stories tell us about why Eskimos probably have an odd fifty words (names) for snow because snow is an important part of their world and knowledge of types of snow is essential to survive. And there might even be a story attached to every name for ‘snow’ as well. And we? We have many names for ‘water’: rain, flow, flood, surge… and the stories attached to those. Those words and stories help us to survive as well…

For all these and many more reasons I love words and stories AND the people who tell them. Children, partners, friends, people on the street and, of course, people in organizations. How many words (or names) for ‘story’ do you know?

Meer dan een metafoor

De reiziger Marco Polo beschrijft een brug, steen voor steen. “Maar welke is de steen waar de brug op rust?” vraagt Kublai Khan. “De brug rust niet op de een of andere steen,” antwoordt Marco Polo, “maar op de lijn van de boog die de stenen vormen.” Kublai Khan zwijgt en denkt na. Dan voegt hij eraan toe: “Waarom vertel je mij over de stenen? Alleen de boog interesseert mij.” Marco Polo antwoordt: “Zonder stenen is er geen boog.”

Dit fragment komt uit één van mijn favoriete boeken: ‘De onzichtbare steden’ van Italo Calvino. In dit verhaal geeft de Mongoolse keizer Kublai Khan opdracht aan Marco Polo om alle steden van zijn immense rijk in kaart te brengen en ze te beschrijven. Dat doet Marco Polo en hij beschrijft de steden tot in het kleinste detail. Maar het verhaal is méér dan die beschrijvingen…
Calvino was niet alleen een grote schrijver en denker. Hij was ook een verzamelaar van verhalen en een onderzoeker van de kunst van het vertellen, van de Griekse mythen tot Italiaanse volksverhalen. Ik zal in dit stuk niet verder uitwijden over zijn significante bijdrage aan de literatuur en aan verhalen vertellen.

De reden voor de keuze van dit fragment is zijn schoonheid van zijn eenvoud en tegelijk zijn complexiteit. Voor mij raakt het de essentie van verbondenheid: van individuen, van keizer en ontdekkingsreiziger, van opdrachtgever en consultant, van leider en organisatie (of een natie, indien gewenst). Maar het gaat ook – en wellicht vooral – over nieuwsgierigheid, inzicht, wijsheid, visie…

Dus… stel vragen aan jezelf of aan elkaar.
Wie of wat is de sluitsteen? Wie is de bedenker van de boog? Waar staat de boog voor? Wie is de bouwer van de boog, de metselaar van de brug? Enzovoort. En wie of wat zijn de stenen? Waarschijnlijk waren ze er al, wachtend om te (mogen) bijdragen.

Het resultaat: je kunt met een verhaal een brug bouwen en méér dan dat, niet waar? Calvino bewijst het.

Is dat niet één van de verhalen die het waard zijn om met je organisatie te delen en een zinvolle dialoog op te zetten over wat een organisatie sterk maakt?

More than a metaphor

The traveler Marco Polo describes a bridge, stone by stone. “But which one is the stone that carries the bridge?”, asks Kublai Khan. “The bridge is not carried by any one individual stone”, Marco Polo answers, “but by the arc that is formed by the stones”. Kublai Khan is silent and thinks. Then he adds: “Why are you discussing the stones with me? It is only the arc that interests me.” Marco Polo answers: “There is no arc without stones.”

The above is a fragment from one of my favourite books: Italo Calvino’s ‘The Invisible Cities’. In this story the emperor Kublai Khan orders Marco Polo to visit all the cities in his vast empire and describe them. Which Marco Polo does, to the minutest details. But the story is much more than just that…
Calvino was not only a great writer and philosopher. He was also a collector of stories and an investigator of the art of storytelling, from the Greek myths to Italian folk stories. I won’t go into lengths about his significant contribution to literature and storytelling.

The reason for choosing this fragment lies in the beauty of its simplicity and yet complexity. For me it touches the essence of connectedness: between individuals, between emperor and discoverer, client and consultant, between leader and organization (or country, if one wishes). But it’s also – maybe foremost –  about curiosity, insight, wisdom, vision…

So… question yourself or each other.
Who or what is the keystone? Who is the inventor of the arc? What does the arc stand for? Who is the builder of the arc, the mason of the bridge? And so on. And who or what are the stones? They probably were there all the time, waiting (to be allowed) to contribute.

And the result: you can build a bridge and much more with a story, can’t you? Calvino proves it.

And isn’t it one of the stories worth sharing with your organization and start a meaningful dialogue about what makes an organization strong?

Oud merk, nieuw verhaal?

Het lijkt op oude koeien uit de sloot halen. Ik rijd al ruim 30 jaar in een MGB GT en ja, er zijn milieuvriendelijkere transportoplossingen. Maar ik rijd er nog steeds met plezier in. Mijn vader heeft mij ooit besmet. Ik ben dus geen eco-held, maar ik leef verder redelijk milieubewust.

Een paar dagen geleden keek ik na een boswandeling eens wat bewuster naar mijn oude vriend en begon te mijmeren. Ik realiseerde mij dat het merk MG al jaren niet meer leeft en dat  ondanks enthousiaste MG Clubs en hun leden. De naam heeft nog wel betekenis, maar het lijkt meer op de herinnering aan een oude legende. Die legende wordt in kleine kring in ‘leven’ gehouden, maar verder komt het niet. Terwijl er nog steeds MG’s worden gemaakt, door Nanjing Motors in China. Wat zien we? Een moderne sportauto, glad eigentijds en kleurloos design met een opgeplakt ‘Octagon’ logo maar geen geloofwaardig verhaal. Het is een gekocht verhaal van ‘traditie’, want voor de techniek hoefde men de merknaam niet te kopen.
Het werd geen come back waarbij de harten hoger sloegen. Zeker niet wat de prijs betreft, die zorgde eerder voor een hoge bloeddruk, van ergernis. Één van de aangenamere bijverschijnselen van MG was ooit dat hij betaalbaar was, ‘the poor man’s sportscar’. Gegeven de styling, het rijplezier en vooral het gebruiksgemak een omschrijving waarvoor je je niet schaamde…
Heeft men ooit de liefhebbers (en die zijn er ook nog binnen de huidige generaties te vinden) gevraagd waarom ze het merk zo waarderen en hoe een MG in deze tijd nieuwe bewonderaars en fans zou kunnen verwerven? British Leyland heeft het in de 70’er jaren laten verslonzen, Rover heeft er een potje van gemaakt en Nanjing in China is vanaf 2007 bezig en heeft de productie dit jaar vrijwel gestaakt wegens gebrek aan belangstelling. Het verbaast mij nauwelijks. Ziet u er iets van, enige herkenning van karakteristieke details? MG verdient een beter tweede (of derde) leven. Men plant een relaunch in 2013. De laatste kans?
Over oude koeien gesproken… Neem nu Fiat met de come back van de Fiat 500 die een bijna even oude historie deelt met MG.
Één van de meest vertederende compacte auto’s ooit, geliefd bij alle generaties. In 1975 opgeheven en ruim dertig jaar later weer helemaal terug bij alle generaties, en hoe! Fiat had het helemaal begrepen, naar mijn bescheiden mening nog beter dan Volkswagen (New Beetle) en BMW (New Mini).
Fiat’s strategie was helemaal web 2.0 maar dan met een extra en dat was story listenting en storytelling, online en offline. Het verhaal van de oude 500 werd herverteld en potentiële klanten werden via een speciale website betrokken bij de ontwikkeling van de nieuwe 500. http://bit.ly/jFdpdS, http://bit.ly/mLUhtf (deze kon ik snel vinden).
Na de launch van de website in 2006 (500 dagen voor de lancering van de nieuwe 500) waren er in 50 dagen al 500.000 hits en 5 miljoen pageviews verwerkt en daarbij werden ruim 50.000 configuraties opgeslagen.
De betrokkenheid werd dus ruim van tevoren geïnitieerd. Men werd uitgenodigd om over het design van accessoires mee te denken. 8.000 (toekomstige) liefhebbers deden mee en inmiddels zijn er meer dan 100 accessoires die door gebruikers als aantrekkelijk én relevant worden ervaren. (Ook ik was deelnemer en niet zonder reden: mijn allereerste auto was een Fiat 500 nuova uit 1958. Hij heeft mij op zijn oude dag door mijn studietijd getransporteerd, ik heb hem stuk geknuffeld.)
Men werd uitgenodigd om mee te denken over thema’s voor de introductiecampagne. Want wie kan dat beter en betekenisvoller dan mensen die zich betrokken voelen?
Men werd betrokken bij de aankleding van interieur en exterieur van de auto, waarbij gebruik werd gemaakt van de gepassioneerde beschrijvingen en verhalen van gebruikers van de (nog) bestaande 500’s.
Elke bezoeker (=vriend) van de ‘500’ website kon de look-and-feel van de website naar zijn of haar eigen smaak en voorkeuren aanpassen en informatie naar eigen goeddunken indelen.
En kijk wat het geworden is: het is niet de oude 500, maar een compleet nieuwe en de gevoelswaarde van toen is dezelfde gebleven. Vraag het aan de berijders. En dat allemaal dankzij co-creatie en het delen van verhalen, en dat gaat verder dan user generated content: de ‘500’ is een springlevend ‘oud’ nieuw merk en vol leven.
Dankzij die betrokkenheid van (potentiële) klanten verkocht Fiat 57.000 500’s gedurende de eerste maand, in juli 2007. Alle deelnemers waren missionarissen van de nieuwe 500 geworden en de dialoog tussen fabrikant en gebruiker gaat voort… of moeten we het een love story noemen?

Old brand, new story?

It may seem like dragging up old matters. For an odd 30 years I am driving an MGB GT from ’72 and to be honest, there are more environmentally friendly transport solutions. But I still drive it with pleasure. It was my father who infected me. So, I am no eco hero, but I can ensure you that other than that I try to live fairly environment conscious.

A few days ago I returned from a stroll through the woods and looked at my old friend and I wondered. I realized that the MG brand is de facto dead, despite the enthusiastic MG clubs and their members. The name still has meaning, but it feels more like the memory of a legend from ancient times. The legend is kept alive in a small community. Strangely enough it seems that there still is an MG production, by Nanjing Motors in China. A modern sports car, sleek design with the ‘Octagon’ logo affixed, but without a credible story and personality. It is a story of a bought tradition, one did not buy the brand name for the technology.
But it was not the come back of a brand which can make hearts beat faster. Given the price, it might only have raised your blood pressure, in anger. One of the pleasant side effects of the MG brand was its affordability: “the poor man’s sports car”. A ‘poverty’ none of the owners was ashamed of…
Has one ever asked the afficionado’s (and they are even found within the present generation) why they value the brand and how MG in this time and age could acquire new fans and admirers? British Leyland became sloppy in the 70ies, Rover had made a mess of it and since 2007 Nanjing is busy in China. This year production has been terminated due to lack of interest (!). It does not surprise me. Have you seen any recognizable detail in the above picture? Have you noticed any endearing characteristics? MG deserves a better second (or third) life. A relaunch is planned in 2013, they say. Will it be a new exciting episode or will the curtain fall for good?
Again… dragging up old matters. It was 2007: the comeback of the Fiat ‘500’, which shares an almost identical history with MG.
The ‘500’ was one of the most endearing compact cars ever built, loved by all generations. Abolished in 1975 and now, more than thirty years later, back in the hearts of all generations, and how! Fiat had got it right, in my opinion even better than Volkswagen (New Beetle) and BMW (New Mini).
Fiat’s strategy was all Web 2.0 but with an extra: story and storytelling, online and offline. The story of the ‘old’ 500 was retold and potential customers were involved in the development of the new 500 through a dedicated website. http://bit.ly/jFdpdS, http://bit.ly/mLUhtf (sorry, could not retrieve more, there must be more).
After the launch of the website in 2006 (500 days before the launch of the new 500), during the first 50 days there were already 5 million hits. 500,000 page views were processed and thereby more than 50,000 configurations were saved.
The engagement of potential customers was thus initiated very well in advance. Everyone was invited to come up with ideas for the design of the accessories. 8000 consumers were involved and there are now over 100 concrete accessories which are perceived as attractive and relevant. (I also participated. My very first car was a Fiat 500 nuova from 1958. I loved it to pieces, literally and figuratively, during my student years.) Another part of Fiat’s dialogue was to invite their ‘friends’ to think about themes for the campaign launch. And who can do that better and more meaningful than people who are engaged and have committed themselves?
The audience was also involved with the decoration of the car, which meant that Fiat made use of the descriptions and stories of passionate users of (still) existing ‘old’ 500’s.
Each visitor / friend of the ‘500’ website could change the look and feel of the website to his own taste and preferences and organize it meaningful to personal information needs.
And look what the ‘500’ has become: it is not the old 500, but an completely new car, still compact, bigger, but with the same emotional (or sentimental) value. And all that through co-creation and sharing stories which in my humble opinion goes beyond user-generated content: the 500 is fully alive, a brand new ‘old’ brand with spirit and a story to share.
Thanks to the engagement of (potential) customers Fiat sold 57,000 ‘500’s’ during the first month, in July 2007. All involved had become missionaries of the new ‘500’ and up to date the dialogue between manufacturer and user continues… a love story?

Het dilemma van koning Arthur

We hebben allemaal wel eens een klankbord nodig, professioneel én privé. Om ons verhaal kritisch te toetsen bijvoorbeeld. Om een eerlijk antwoord te krijgen. Om elkaar te inspireren.

Ik moest recentelijk aan de legende van koning Arthur denken. Niet zozeer aan de versie van de mythische ‘held’ Arthur maar van de mens Arthur in ‘The One and Future King’, de klassieker van T. H. White. Een verhaal dat ik na mijn schooltijd nog enkele keren heb herlezen.  In deze originele, humoristische en grimmige parabel doet de druïde Merlijn (Arthur’s mentor en vriend) zijn best om de jonge Arthur bij te brengen wat het is om een goede koning/leider te zijn. Daarvoor verandert hij hem in verschillende dieren: vis, havik, mier, gans en das. In elke transformatie ervaart Arthur andere vormen van ‘macht’, elke vorm een deel van het totaalbegrip, de ‘idee’ van macht. Die puzzelstukken moest Arthur samenvoegen om zijn eigen (latere) koningsschap te definiëren.
Elk van de dieren staat voor een bepaalde eigenschap en voor vormen van gezagsuitoefening en samenwerking.

De leider van de vissen ontleende zijn macht aan zijn grootte en de dreiging die daarvan uitging. “Macht is goed” en lichamelijke kracht is beter dan geestelijke kracht. Daarmee kon je anderen onderwerpen.

De leidster van de haviken – waar een hiërarchische militaire orde heerste – werd gehoorzaamd en gerespecteerd om haar leeftijd die haar autoriteit gaf. Haar positie maakte haar arrogant en wreed en zij had geen mededogen met haar onderdanen. Arthur ervaart hier de strengheid van bepaalde rituelen en de harde kant van initiatie.

Bij de mieren was de leidster de enige die individueel dacht. Alle mieren waren onder haar toezicht en werden door haar gemanipuleerd. Elke mier had haar specifieke taak, de absolute macht zorgde ervoor dat elke creativiteit ontbrak. Taken werden zonder nadenken op basis van ‘trial and error’ uitgevoerd. In hun collectieve ‘onwetendheid’ beseften ze niet eens dat ze gemanipuleerd en gecontroleerd werden.

De volgende transformatie leidde tot de vredelievende ganzen. Hun aanvoerder leidde de vluchten naar zomer- en winterverblijven. Die positie had hij gekregen omdat hij de weg het beste kende. Daar was echter een verkiezing door de groep aan vooraf gegaan. Tijdens de vlucht gehoorzaamden zij hem, maar aan de grond was hij ‘gewoon’ één van hen, al werden zijn kennis en vaardigheden gerespecteerd.

De laatste was de das, niet zozeer een leider maar een solitaire filosoof, een ‘wetenschapper’ die zich met leiderschap bezig hield, maar op een abstracter niveau. Desalniettemin werd hij door anderen gewaardeerd om zijn ervaring, overzicht, inzicht en goede raad.

En nu kon Arthur kiezen. De exercitie van Merlijn was bedoeld om Arthur niet alleen bewust te maken van de natuur (en daarmee ook van de facetten van de menselijke natuur) maar ook om aan de hand van de voorbeelden – en de verworven kennis – onafhankelijk beslissingen te nemen.

Waarom dit verhaal?
Ik had een interview gelezen met Henry Mintzberg (hoogleraar en auteur van o.a. ‘Managing’) waarin hij zegt: “Leiderschap? Als ik dat woord nog een keer in de betekenis van heroïek hoor, ga ik gillen.” Hij doelt daarmee op het benadrukken van ‘hoe zou jij dit bepaalde probleem oplossen?’ en op de obsessie met heroïsch leiderschap zoals het in vele MBA-opleidingen (zelfs in het geroemde Harvard) benadrukt wordt. Dat individuele heldendom dat met name in de Amerikaanse samenleving (en in de ‘klassieke’ Hollywood film) sterk terug te vinden is en daarin verheerlijkt wordt. “Door het individuele te benadrukken, creëer je niet alleen ‘heroïsch’ maar ook narcistisch leiderschap”, zegt Mintzberg. “Obsessies en identificatie met dergelijk heldendom maakt van bestuurders halfgoden die amper iets fout kunnen doen.”

Kort daarna had ik een goed gesprek met een goede vriend en collega. Hij  kwam met een voorbeeld van een gesprek dat hij had gehad met een bestuurder die graag wilde ‘spiegelen’. Mijn vriend had hem gevraagd om zijn organisatie te verduidelijken en al bleek dat de klassieke piramide schetste, met de bestuurder aan de top. Toen ‘spiegelde’ mijn vriend de schets. “Wat een gewicht heb jij te dragen, hè?”…  Hoeveel bestuurders krijgen zo’n empathische vraag?

En dat sluit enigszins aan bij de visie van Mintzberg: de leider (die hij toch liever ziet als betrokken manager) zou eens kunnen afdalen, zich in zijn organisatie begeven en de last (ver)delen. Meer kans op het uitwisselen van ervaringen, wederzijds begrip (en zelfs compassie!), inspiratie en vertrouwen.

Vrienden, mentoren, coaches geven ons vanuit hun betrokkenheid goede raad, maar uiteindelijk komt het daarop neer: “De keuze is aan jou”. Kies je 1, 2 of 3? En hoe alleen ben je dan als je je keuze hebt gemaakt? Is er dan nog een weg terug?

En dat brengt mij weer bij Arthur.

Een van de belangrijke thema’s in ‘The One and Future King’ is het gebruik van macht. In eerste instantie wijst Arthur – op basis van de opgedane kennis – onderdrukkende macht af. Nadat hij de absolute macht (het zwaard uit de steen) heeft gekregen (fig 1), twijfelt hij aan zijn vermogen om ermee om te kunnen gaan (fig 2). Op advies van Merlijn stelt hij de Ronde Tafel in (fig 3) en regeert als ‘primus inter pares’. Maar als Merlijn uit Arthur’s leven verdwijnt, neemt het verhaal een andere, tragische wending. T.H. White’s Merlijn had namelijk de beste bedoelingen, maar was ook een beetje slordig. Hij was vergeten Arthur te vertellen dat een mens wel ‘goed’ en rechtvaardig kan willen zijn (en dat wil de goedhartige Arthur), maar dat de grens tussen ‘goed’ en ‘kwaad’ dun en kwetsbaar is.

De goedhartige Arthur doet zijn best om het kwaad om hem heen en in zichzelf te ontkennen, maar ook hij overschrijdt een keer de grens. Hij laat zich verleiden door de Schotse koningin Morgause die later ook zijn halfzuster blijkt te zijn. Daarmee maakt hij vijanden, ook aan zijn Ronde Tafel. Als hij zelf door zijn beste vriend Lancelot en zijn vrouw Guinevere bedrogen wordt, verliest hij de controle. Hij heeft weliswaar spijt van zijn eigen  misstap en erkent zijn eigen zwakte, maar hij is zelf niet bij machte om zijn vrouw en vriend te vergeven. Arthur bereikt – zonder het echt te willen – gaandeweg het stadium van vis en havik (fig 1) omdat hij probeert met macht alles weer ‘recht’ te zetten. Hij stuurt zijn Ronde Tafelgenoten weg om de Heilige Graal te vinden. Geïsoleerd en alleen, slaagt er niet meer in om orde te herstellen (fig 2). Zijn geloofwaardigheid en invloed verbrokkelen en uiteindelijk leidt dit onvermijdelijk tot een zinloze oorlog, precies datgene wat hij nooit had gewild. Die last verplettert hem en leidt tot zijn dood. Kort daarvoor vraagt hij zich in een helder moment af of de wereld van de ganzen toch niet de beste was…

The dilemma of King Arthur

We all sometimes need a sounding board, professionally and privately. To test our story critically, for example. To get an honest answer. To inspire each other. Not so long ago, I thought of the legend of King Arthur. Not so much the version of the mythical ‘hero’ Arthur but of Arthur, the vulnerable man, the version we find in “The One and Future King”, the classic novel by T. H. White. A story that I had re-read a few times after my school years.

In this original, humorous and grim parable the druid Merlin (Arthur’s mentor and friend) tries his to teach young Arthur what it means to be a good king and leader. To make his point he transforms Arthur into different animals: fish, hawk, ant, goose and badger. In each transformation Arthur experiences another “power”, each one a part of the overall concept, the “idea” of power. These puzzle pieces had to be put together by Arthur to define his leadership. Each animal represented a certain characteristic and exercise of authority and cooperation.

The leader of the fish derived its power to its size and the threat it posed. “Power is good” and physical strength is better than spiritual power. With this one could subjugate others.

The leader of the hawks – where a hierarchical military order prevailed – was obeyed and respected for her age which gave her authority. Her position made her arrogant and cruel and she had no compassion for her subjects. Here Arthur experienced the severity of certain rituals and the hard side of initiation.

In the empire of the ants the leader was the only one who thought individually. All the ants were under her control and were manipulated by her. Each ant had its specific task, the absolute power of their leader made sure that each of them lacked creativity. Tasks were executed on the basis of trial and error and without reflection. In their collective ‘ignorance’ they did not even realize that they were manipulated and controlled.

The next transformation led to the peaceful geese. Their leader led the flight to the summer and winter quarters. He had received that position because he knew the way best. However, this position was preceded by an election by the group. They obeyed him during flight, but on the ground he was ‘just’ one of them, although his competence and skills were respected.

The last visit was to the badger, not so much a leader but a solitary philosopher, a “scientist” who was involved in leadership, but at a more abstract level. Nevertheless, he was valued by others for his experience, overview, insight and advice.
And now Arthur could choose.
The exercise by Merlin intended not only to make Arthur aware of nature (and therefore of the ‘natural’ facets of human nature) but also to learn to make independent decisions on the basis of the examples and the acquired knowledge.

Why this story? I had read an interview with Henry Mintzberg (author of “Managing”) in which he says: “Leadership? If I hear that word again in the sense of ‘heroism’, I am going to scream.” He refers to the emphasis on “How would you solve this particular problem?” and to the obsession with heroic leadership as is emphasized in many MBA programs and even at noble Harvard. The kind of individual heroism that is especially found and glorified in American society (and in the classical Hollywood film). “By emphasizing the individual, you not only create ‘heroic’ but also narcissistic leadership,” says Mintzberg. “Obsessions and identification with such heroism makes leaders demigods who can do almost nothing wrong.” Shortly thereafter I had a good conversation with a friend and colleague. He brought up an example of a conversation he had had with a director who wanted to “reflect”. My friend had asked him to clarify his organization and the man drew the classical outline of the pyramid, with him at the top. My friend turned the sketch upside down and said “What a weight you have to carry, huh ?”… How many leaders get such an empathic question? How would it be if he …

We concluded that 3 might be a workable situation. And somehow that fits the view of Mintzberg: the leader (which he prefers to see as a committed and engaged manager) might some day go down into his organization and (re)distribute the weight he has to carry. More chances to exchange experiences, find mutual understanding (and even compassion!) and create Inspiration and confidence.
Friends, mentors and coaches give us good advice out of their involvement, but ultimately it comes down to this: “The choice is yours.” Do you choose 1, 2 or 3? And just how lonely are you when you’ve made your choice? Is there a way back? And that brings me back to Arthur.

One of the important themes in “The One and Future King” is the use of power. Initially Arthur – based on his acquired knowledge – rejects oppressive power. After he has received absolute power (the sword from the stone, Fig. 1), he doubts his ability to deal with it (fig. 2). On the advice of Merlin, he creates The Round Table (fig 3) and rules as ‘first among equals’. But when Merlin disappears from Arthur’s life, the story takes another, tragic turn. T.H. White’s Merlin had the best intentions, but he was a little sloppy. He had forgotten to tell Arthur that a man can want to be ‘good’ and just (and that is what kind-hearted Arthur is), but that the line between good and evil is thin and fragile.

Good-natured Arthur is doing his best to deny the evil around him and in himself, but there comes the moment when he also crosses the border. He is tempted by the Scottish queen Morgause who later turns out to be his half sister. Thus he makes enemies, also at his Round Table. When he himself is cheated by his wife Guinevere and his best friend Lancelot, he loses control. Although he has regretted his faux pas with Morgause and has acknowledged his own weakness, he is unable to forgive his wife and friend. Arthur gradually achieves the stage of fish and hawk without really wanting it (Fig. 1) as he tries to adjust everything to ‘normal’ with excessive force. He sends his Round Table companions away to find the Holy Grail. Isolated and alone, he no longer manages to restore order (Fig. 2). His credibility and influence crumble and eventually it leads inevitably into a senseless war, something he never wanted. The burden crushes them and leads to his death in the end. Shortly before he dies he asks himself in a moment of wondering whether the world of the geese had not been the best of worlds…

High potentials en de ‘ware’ corporate story

Ook in de oudheid had je high potentials.

Arachne was een buitengewoon getalenteerde en creatieve weefster die wandtapijten maakte van een schoonheid die men goddelijk vond. Haar gave en opleiding moest ze wel gekregen hebben van Pallas Athene, de godin van de wijsheid en de ambachten. Maar Arachne ontkende dat: de hulp van Athene had zij nooit nodig gehad. Dat stak de godin en zij daagde de jonge vrouw uit voor een wedstrijd. Het publiek, bestaand uit mindere goden en sterfelijken, zou de werken jureren. Arachne, overtuigd van zichzelf, nam die uitdaging aan. En beiden weefden een verhaal.
Athene verheerlijkte de daden van de Olympiërs en haar eigen positie als beschermgodin van de stad Athene. Iedereen bewonderde de pracht en praal van haar wandkleed.
Arachne daarentegen liet de roof-, ontvoerings- en verkrachtingstochten van oppergod Zeus zien, maar dan zo mooi geweven, zo levensecht dat iedereen moest toegeven dat dit het ware meesterwerk was. De herkenning was groot en er werd ook besmuikt geglimlacht en met hoofden geknikt.
De godin ontstak in woede, niet alleen omdat zij zich verslagen zag, maar ook omdat haar vader ermee belachelijk werd gemaakt. Het publiek trok zich geschrokken terug. Athene scheurde het werk van de jonge vrouw in stukken, brak het weefraam en vervloekte haar. En als een godin je vervloekt, dan maakt dat indruk. Arachne werd er zo depressief van dat zij zich verhing. En toen liet de godin iets zien dat op medelijden leek.

Ze raakte Arachne aan en wekte haar weer tot leven… als een spin. Vanaf die dag kunnen we kijken naar haar kunstige weefsels, maar ze betekenen niets meer voor ons, zij verbeelden niets. Arachne heeft geen verhaal meer.

Het is één van de minder bekende mythologische verhalen, maar is het niet nog steeds actueel? Afgezien van de vileine subtiliteit van Athene, leent zich dit verhaal voor meerdere interpretaties. Ik deed een suggestie in de titel. Welke invalshoek zou jij kiezen? Is het een verhaal dat je zou vertellen om intern of extern een gesprek aan te zwengelen over een van de mogelijke thema’s?

High potentials and the truth of corporate stories

 

Antiquity had its high potentials, too.

Arachne was an extremely talented and creative young woman who wove beautiful tapestries, so beautiful that people thought her talents divine. She had to have received her gift and training from Athena, the goddess of wisdom and crafts. But Arachne denied that she had had any help from the goddess, she never had needed such help. That crossed the goddess and she challenged the young woman to a weaving contest. The works would be judged by an audience of mortals and lesser gods. Arachne, convinced of herself, accepted that challenge. And both wove a story.
Athena glorified the deeds of the Olympians and her own position as patron goddess of Athens. The audience of mortals and gods admired the magnificence and grandeur of the work.
Arachne, on the other hand, depicted the arbitrary abductions and rapes of the supreme god Zeus, so lifelike and convincing and so beautiful that everyone had to admit that this was the true masterpiece. The recognition was great and there was also furtive nodding of heads and smiling.
The goddess was furious, not only because she saw herself beaten, but also because her father had been exposed and ridiculed. The audience withdrew startled. Athena tore Arachne’s tapestry apart, broke her loom and and cursed her. It makes quite an impression when a goddess curses you. Arachne became so depressed that she hanged herself. But then the goddess showed something that resembled compassion.

She touched the young woman and brought her back to life… as a spider. From that day we can look at her complex webs, but they mean nothing for us anymore, they do not depict anything. Arachne has no story to tell.

It is one of the less told mythological stories, but isn’t it still very much alive? Apart from the villainous subtlety of Athena, it is a story that one can interpret in multiple ways. I did a suggestion in the title. What’s your angle? Is it a story that you would tell to stimulate a conversation – internally or externally – on one of the possible topics?

Zomaar een kernwaarde

Een Engelse kunstenaar en zijn vrouw hadden besloten om op een Schots eiland te gaan wonen omdat zij er verliefd op waren geworden. In Londen was hij een succesvolle en bekende schilder geweest, met opdrachten van galerieën, grote internationale magazines en meer. De relatieve afzondering op het eiland had hem van de culturele hoofdstroom afgesneden. Het was moeilijk – om niet te zeggen onmogelijk – geworden om nieuwe commerciële contacten op te bouwen. En enkele jaren geleden kwam er het moment waarop er niets meer te verteren was.

Het was rond kerst en de kunstenaar reed naar een boer waar hij stookhout voor de open haard mocht ophalen. Toen hij met een karrenvracht terugkeerde naar zijn auto, zei de boer: “We hebben iets op de achterbank gezet.” Daar stond een grote mand, afgedekt met een theedoek. De kunstenaar bedankte de boer voor het hout en de mand, maar was te beschroomd om te vragen wat er in zat. Thuis aangekomen, bleek de mand tot de rand gevuld met lekker eten, méér dan genoeg om de kerstdagen door te komen. De boer had nooit eerder gevraagd hoe het hun verging. Toen hij ontroerd de boer belde om hem nogmaals te bedanken, zei de man: “Ach, we vonden dat we jullie moesten helpen.”

Het is geen kerst meer, dus wat is er nu zo bijzonder aan dit verhaal? Ten eerste: het is geen allegorie, het is echt gebeurd. De kunstenaar heeft het mij zelf verteld. Ten tweede: ik hoorde vergelijkbare verhalen tijdens verschillende bezoeken aan het eiland. Dit was een gemeenschap die een belangrijke waarde deelde: ‘betrokkenheid’. Collectief uitgevoerde en beleefde waarden als deze garanderen de cohesie en het overleven van een gemeenschap.
In de terminologie van een organisatie zou men dit ‘engagement’ noemen. Het verhaal zoals boven beschreven noem je dan een ‘waarde-in-actie-verhaal’. Één van de authentieke verhalen van échte mensen die betrokken zijn bij het wel en wee van anderen, niet alleen binnen de gemeenschap (organisatie) maar ook naar de buitenwereld en nieuwkomers (stakeholders en klanten).
‘Kernwaarden’ worden vaak bepaald door directies. Gebaseerd op intervisie-gesprekken, marktanalyses, gewenste positionering en in het beste geval op de verlangens van die kleine groep. Met de veronderstelling dat het ook voor de rest van de organisatie geldt. Zelden zijn de waarden gebaseerd op (of getoetst aan) persoonlijke ervaringen en verhalen. Vaak worden ze in de vorm van een ‘corporate story’ in de organisatie  gepompt en vaak voelen die waarden meer als regels en normen. Beleving, emotie of betekenis zijn dan moeilijk terug te vinden.

De enige manier om er achter te komen of – en hoe! – die waarden gewaardeerd en geleefd worden in de organisatie, is op zoek te gaan naar verhalen die binnen de organisatie verbonden zijn aan die waarden. Verhalen waaruit blijkt hoe die waarden ervaren worden en/of uitgevoerd, intern én extern. Alleen uit die authentieke verhalen zal zich de échte waarde van de ‘kernwaarden’ openbaren. En omdat zij authentiek zijn, zal de ‘corporate story’ geloofwaardig worden, makkelijker te vertellen en te implementeren.
Dergelijke verhalen vertellen over het ‘waarom’ en ‘hoe’. En dat is alles wat ik wil weten en krijgen, als medewerker én als klant. Verpakt in ‘wat’. Een mooie mand bijvoorbeeld…

Just another core value

An English artist and his wife had decided to come to live on a Scottish island in because they had fallen in love with it. Back in London he had been a respected and well-known artist with a good deal of commissioned work from galleries, international magazines and the like. But the relative isolation on the island had cut him off from the cultural mainstream on the mainland. Building up new and commercial relations was a hard time. And some years ago there was a moment when it really had became tough .

It was around Christmas and the artist drove to a farmer to pick up some wood for the fireplace. When they returned to the car, the man said ‘We’ve put something in the car for you.’ There was a big basket on the backseat, which he did not dare to open right then because he was to embarrassed to ask. Back home he discovered that the basket was stuffed to the rim with great food. The good people had not asked about their condition. When the artist phoned the farmer to thank him, the man said: “We felt that we wanted to help.”

It’s past Christmas, so what’s so special about this story? First of all, it’s not an allegory, it really happened. I have met the artist in person. Second, I heard similar stories all over the island during different visits. This was a community that shared at least one important value: involvement. Collectively perceived and performed values like this one guarantee the cohesion and the survival of a community.

In organizational terminology you might call it ‘engagement’. It was one of the stories we would call a ‘value-in-action-story’. Authentic stories of real people being involved with the well-being of others, not only inside their community (organization) but also towards newcomers from outside (stakeholders and clients).

‘Core values’ are often determined by boards of directors, based on intervision sessions, market analyses, desired positioning and – at best – desires of a small group. With the assumption that the same goes for the rest of the organization. Seldom are they based on authentic experience or personal stories. And often they are pumped into the organization by way of a ‘corporate story’. Often these values feel more like rules, or norms. There is little perception, emotion or meaning attached.

The only way to find out if – and how! – these values are perceived and lived in the organization, is to listen to stories from the organization attached to these values. Stories about how people perceive and perform them, internally and externally. Only by these authentic stories the genuine value and meaning of those ‘core values’ will be revealed. And because they are authentic, the corporate story will be credible, easier to implement and to tell. These stories tell about the ‘why’ and ‘how’. And that is all what I want to know (and to receive), as an employee and as a customer. Packed up in ‘what’. A beautiful basket, for example…

De smaak van een verhaal

Als schooljongen mocht ik elk jaar naar York in Engeland op vakantie, naar mijn vaders zus en haar man. Oom Charles was een Schot, ooit een hoge militair en toen eigenaar van een textielfabriek waar tartanstoffen gemaakt werden. De fabriek mocht zich zelfs hofleverancier noemen. Oom Charles liet mij graag kennis maken met het land van zijn voorvaderen, met de highlands en met de eilanden voor de kust. Toen ik zestien was, nam hij mij mee naar Islay, het zuidelijkste eiland van de Hebriden, voor de westkust.

Na een flinke dagwandeling gingen we naar een pub in de haven van Port Ellen waar een paar stoere vissers aan hun Guinness zaten te lurken.  Charles vroeg om “a wee dram for the boy” en wees naar mij. Hij zette een glas goudkleurige drank voor mijn neus en zei: “Drink it. Slainte!”. Ik nam en slok en verslikte me bijna in het krachtige, kruidige vocht dat raspend door mij keel stroomde en een warme gloed achterliet. Ik proefde turf, zee, heide, en ik keek hem met betraande ogen aan. Hij grijnsde van oor tot oor: “Now you’re a man.” En de mannen in de pub knikten goedkeurend.
Ik had Lagavulin geproefd, een zestien jaar oude single malt van Islay. Mijn oom vertelde dat Lagavulin na zestiende jaar volwassen is, net als en jongen die zich op dit eiland op zijn zestiende een man mag noemen. Was het waar? Niemand in de pub ontkende het en ik wilde het graag geloven, ik wilde opeens heel graag bij die stoere mannen horen, ik voelde me verbonden met het eiland… en het zal je niet verbazen dat ik na jarenlang single malts proeven, nog steeds een zwak heb voor Islay en voor Lagavulin.
En misschien wil jij er nu ook van proeven…
Maar eerst een vraag: hoeveel authentieke, persoonlijke consumentenverhalen ken jij van een merk? Of beter: van jouw merk?

The taste of a story

When I went to school I had the privilege of holidays in England with my father’s sister and her husband. For a few summers I went to York. My late uncle Charles was a Scotsman, ever a colonel in the army, then the owner of a small textile factory where they wove tartan fabrics. The factory was even allowed to call itself purveyor.
Uncle Charles was eager to show me around in the country of his forefathers, we made trips to the highlands and the islands.

When I was sixteen he took me to Islay, the southernmost island of the Hebrides on the west coast. After a good day’s walk on the island we visited a pub in Port Ellen where sturdy fishermen were kissing their pints of Guinness. Charles asked the warden for “a wee dram for the boy” and pointed at me. He put a glass with a golden liquid before me and said: “Drink. Slainte!”
I sipped and almost choked because of the powerful and spicy liquid that passed my throat and left a warm glow behind. I tasted peat, the moor and the sea and I looked at him with wet eyes. He grinned ear to ear and said: “Now you’re a man.” The other men had watched my choking and nodded approvingly, smiling.
I had tasted Lagavulin, a 16 year old  single malt from Islay. My uncle told me that Lagavulin has to mature until it is sixteen, just like a boy who may call himself a man on Islay when he is sixteen. Was it true? Nobody in the pub denied it and I wanted to believe it. At that moment I wanted to be one of those sturdy men, I felt connected to the island. It won’t surprise you that after years of tasting single malts I still have a weak spot for Islay and Lagavulin.
And maybe you’d like to taste it right now as well…
But let me ask you first: How many authentic, personal consumer’s stories do you know from a brand? Or even from your brand?